De correctiefactor bij een onvolledige periode is de factor waarmee het UWV het individuele werkgeversrisico opschaalt als een werkgever in 2021 tot en met 2025 niet elk jaar heeft verloond. Voor premiejaar 2027 is die factor bij de WGA 5,00 bij één bekend jaar, 2,50 bij twee jaar, 1,66 bij drie jaar en 1,25 bij vier jaar. Bij de Ziektewet is dat 2,00 bij één jaar en 1,00 bij twee, drie of vier jaar. Dit is een factor, geen premiepercentage. De landelijke gemiddelden 1,07% (WGA) en 0,60% (ZW) staan apart.
Wat is de correctiefactor bij een onvolledige periode?
De correctiefactor bij een onvolledige referteperiode is de correctie uit artikel 2.16 van het Besluit Wfsv op het individuele werkgeversrisicopercentage. Hij geldt als een werkgever vóór 2025 is gestart, maar niet de hele periode 2021 tot en met 2025 werkgever was, of in die periode een tijd geen werknemers had. Ontbreekt er een jaar, dan kan het risico alleen over de jaren mét verloning worden berekend.
Het UWV rekent het individuele risico voor 2027 als de toe te rekenen uitkeringslasten van 2025, gedeeld door de gemiddelde premieplichtige loonsom over 2021 tot en met 2025. Een jaar zonder verloning telt niet mee in die gemiddelde loonsom. Daarna vermenigvuldigt het UWV het berekende werkgeversrisico met de factor, om het ontbreken van uitkeringen in de ontbrekende jaren te corrigeren. De hoogte hangt af van het aantal beschikbare jaren en verschilt voor WGA en Ziektewet.
Bron: Besluit gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2027 (Staatscourant 2026, 24832, publicatie 15 juli 2026, ondertekening 23 juni 2026, inwerkingtreding 1 januari 2027) en het overzicht gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2027 (UWV, pdf). De regeling staat ook op wetten.nl, BWBR0052949. De parameters op de UWV-pagina: Whk-premie.
Welke factoren gelden in premiejaar 2027?
Het besluit zet de factoren vast. Zelfde getallen als in 2026. "Bekend" betekent: een jaar in 2021 tot en met 2025 waarin de werkgever heeft verloond.
- WGA, 1 jaar bekend: 5,00
- WGA, 2 jaar bekend: 2,50
- WGA, 3 jaar bekend: 1,66
- WGA, 4 jaar bekend: 1,25
- Ziektewet, 1 jaar bekend: 2,00
- Ziektewet, 2, 3 of 4 jaar bekend: 1,00
Bij vijf jaar verloning (2021 tot en met 2025) noemt het besluit deze factor niet. De toelichting berekent de factor als het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over 2021 tot en met 2025, gedeeld door dat percentage over alleen de beschikbare jaren. Die deling heeft het UWV al gedaan. Je past de tabel toe. Je rekent de factor niet zelf na op de landelijke gemiddelden.
De gemiddelden, minimum, maximum en loonsomgrenzen van 2027 staan in Whk-premies 2027. De reeks tot en met 2026 staat op de premiehistorie.
Wat is het verschil met de correctiefactor werkgeversrisico?
Er zijn twee correctiefactoren. Ze doen niet hetzelfde.
De correctiefactor werkgeversrisico zet het verschil tussen jouw risico en het landelijk gemiddelde risico om in een opslag of korting op het gemiddelde premiepercentage. Het UWV berekent hem als driekwart van het gemiddelde percentage, gedeeld door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage. Voor 2027 is dat bij de WGA driekwart maal 1,07% gedeeld door 0,73%, dus 1,10 (in 2026: 1,09). Bij de Ziektewet is dat driekwart maal 0,60% gedeeld door 0,33%, dus 1,36 (in 2026: 1,31). De toelichting bij het besluit zegt dat deze factor per premiecomponent is gemaximeerd op 2, en dat die maximering in 2027 geen effect heeft.
De correctiefactor bij een onvolledige periode komt eerder. Die schaalt alleen het individuele risico op als er jaren in de referteperiode ontbreken. Pas daarna vergelijkt het UWV dat risico met het gemiddelde, en past het de factor 1,10 (WGA) of 1,36 (ZW) toe.
Een rekenvoorbeeld voor een middelgroot bedrijf mét volledige historie en de parameters van 2026 (factor 1,09, niet 1,10) staat in premieverhoging na een WGA-instroom. Dat voorbeeld gebruikt deze tabel niet.
Hoe komt de factor in de individuele premie?
De individuele premie is het gemiddelde percentage plus een individuele opslag of korting. De opslag is de correctiefactor werkgeversrisico maal het verschil tussen het individuele werkgeversrisicopercentage en het gemiddelde werkgeversrisicopercentage. Voor 2027 is het gemiddelde percentage 1,07% (WGA) en 0,60% (ZW). Het gemiddelde werkgeversrisico is 0,73% (WGA) en 0,33% (ZW).
Zo lees je de volgorde, zonder zelf een premie te verzinnen:
- Tel de jaren 2021 tot en met 2025 waarin je daadwerkelijk hebt verloond.
- Alleen bij minder dan vijf jaar, en alleen in de situaties uit de toelichting (gestart vóór 2025 maar niet de hele periode werkgever, of een gat zonder werknemers), geldt de factor uit de tabel op het individuele risico.
- Daarna volgt de opslag of korting met 1,10 (WGA) of 1,36 (ZW).
- De individuele premie van de grote werkgever is begrensd op een kwart tot viermaal het gemiddelde percentage. In 2027 is dat WGA 0,26% tot 4,28% en ZW 0,15% tot 2,40%. Die grenzen gelden niet voor de sectorale premie.
Jouw percentage staat op de brief van de Belastingdienst, niet in deze tabel. Uitleg bij die brief: WHK-beschikking lezen. De orde van grootte van een uitkering reken je indicatief met de WIA-calculator.
Geldt de factor voor een starter of een kleine werkgever?
Nee, niet in die twee gevallen. Het UWV beschrijft ze apart.
Een kleine werkgever betaalt de sectorale premie, niet de individuele premie. De factor voor ontbrekende jaren zit in de berekening van het individuele risico. Die individuele premie geldt voor de grote werkgever, en voor de middelgrote werkgever als deel van de mix met de sectorpremie. Welke klasse bij welke loonsom hoort: kleine, middelgrote of grote werkgever.
Een bedrijf dat in 2025, 2026 of 2027 start, betaalt in premiejaar 2027 de premie voor startende werkgevers. Start in 2026 of 2027: de percentages zijn de sectorale premies. Werkgeversstatus in 2025: de grootte volgt uit de loonsom van 2025. Klein blijft sectoraal. Groot betaalt het gemiddelde percentage zonder individuele opslag of korting. Middelgroot betaalt een weging van de sectorale premie en dat gemiddelde percentage. De factor 5,00 of 2,00 is die starterregeling niet.
De Belastingdienst stuurt vóór het premiejaar een beschikking aan elke middelgrote en grote werkgever, en een mededeling aan elke kleine werkgever, met de premiepercentages WGA en Ziektewet. Eigenrisicodragers betalen deze publieke premies niet. Dat is een andere route dan een gat in de loonhistorie: wie op of na 1 juli 2015 eigenrisicodrager was en daarna weer bij het UWV verzekerd is, krijgt bij de WGA de totaallasten toegerekend, uit de publieke periode én uit eerdere private en publieke perioden. De afweging zelf staat in ERD terug naar publiek. Algemene premievragen: FAQ.
Veelgestelde vragen
Is 1,10 dezelfde correctiefactor als 5,00? Nee. 1,10 is de correctiefactor werkgeversrisico voor de WGA in 2027. Die zet het verschil met het gemiddelde risico om in een opslag of korting. 5,00 is de WGA-factor bij één bekend jaar in 2021 tot en met 2025. Die schaalt eerst het individuele risico op.
Betaalt een kleine werkgever de factor voor ontbrekende jaren? Nee. Een kleine werkgever betaalt de sectorale premie. De factor hoort bij het individuele werkgeversrisico van middelgrote en grote werkgevers.
Welke jaren horen bij premiejaar 2027? De uitkeringslasten zijn die van 2025. De gemiddelde loonsom loopt over 2021 tot en met 2025. De premie zelf geldt voor het loon in 2027. Het besluit treedt in werking op 1 januari 2027.
Wat betaalt een werkgever die in 2026 of 2027 is gestart? In premiejaar 2027 de sectorale premies, zowel voor WGA als voor Ziektewet. Niet de factor 5,00 of 2,00.
Staat de factor als aparte regel op de beschikking? Het UWV beschrijft de brief als de premiepercentages WGA en Ziektewet. De factoren zelf staan in het besluit en in het UWV-overzicht. Klopt het percentage bij jouw jaren met verloning, dan zie je dat door die jaren naast de brief te leggen.
Volgende stap: Gratis WHK-beschikking check
Of een korte loonhistorie in jouw percentage zit, zie je op de brief van de Belastingdienst, niet in de landelijke tabel. Doe de Gratis WHK-beschikking check of vraag een controle aan via WHK-beschikking controleren. Neem de beschikking of de mededeling mee, plus de jaren waarin je in 2021 tot en met 2025 hebt verloond. Dit stuk legt de factoren uit. Het is geen premieberekening.

